AOW leeftijd

De AOW-leeftijd wordt per 1 januari 2013 volgens onderstaand schema stapsgewijs verhoogd en vanaf 2021 gekoppeld aan de levensverwachting. Dit was al in het deelakkoord overeengekomen;

 


U bent geboren:                                               U krijgt AOW in:            Uw leeftijd is dan:

na 31-12-1947 en voor 01-12-1948                2013                                   65 + 1 maand

na 30-11-1948 en voor 01-11-1949                2014                                   65 + 2 maanden

na 31-10-1949 en voor 01-10-1950                2015                                   65 + 3 maanden

na 30-09-1950 en voor 01-07-1951                2016                                  65 jaar + 6 maanden

na 30-06-1951 en voor 01-04-1952                2017                                  65 jaar + 9 maanden

na 31-03-1952 en voor 01-01-1953                2018                                  66 jaar

na 31-12-1952 en voor 01-09-1953                2019                                  66 jaar + 4 maanden

na 31-08-1953 en voor 01-05-1954                2020                                 66 jaar + 8 maanden

na 30-04-1954 en voor 01-01-1955                2021                                  67 jaar

 


De eerder in het deelakkoord geïntroduceerde overbruggingsregeling voor de AOW blijft bestaan.
Het was onduidelijk of de AOW-voorschotregeling uit het Begrotingsakkoord 2013 naast de overbruggingsregeling zou blijven bestaan. In het Regeerakkoord is bepaald dat de voorschotregeling definitief niet doorgaat;
Op dit moment ontvangen samenwonende AOW-ers een hogere AOW dan gehuwde AOW-ers (140% van het Wettelijk Minimum Loon (WML) versus 100% WML). Dit wordt voor beide groepen per 1 januari 2015 gelijkgetrokken naar 100% WML. Dit geldt voor nieuwe en gewijzigde situaties;
Wettelijk bestaat de mogelijkheid om oudere mensen bovenop de AOW een tegemoetkoming te verstrekken. Deze tegemoetkoming wordt jaarlijks vastgesteld en is bedoeld om koopkrachtverlies te bestrijden. Volgens de Miljoenennota 2013 zou hierop bezuinigd worden. In het Regeerakkoord staat dat deze bezuiniging niet doorgaat;
AOW-ers met een partner zonder AOW kunnen een toeslag op de AOW krijgen. Al lang geleden is besloten om deze toeslag per 2015 te laten vervallen. In het Regeerakkoord is besloten dat partners met een gezamenlijk inkomen van meer dan € 50.000 (excl. AOW) al per 1 juli 2014 geen toeslag meer ontvangen. Dit geldt voor nieuwe instroom. Ook voor bestaande gevallen komt de partnertoeslag echter – weliswaar na een overgangsperiode – te vervallen.

Met het verhogen van de AOW-leeftijd slaat de wetgever twee vliegen in één klap. Dit leidt immers tot hogere ontvangsten (AOW-premies) en lagere uitgaven (AOW-uitkeringen). Dat de AOW-toeslag zou verdwijnen is al sinds 1996 bekend. Mensen met een jongere partner hebben zich hierop dus al langere tijd kunnen voorbereiden. Nieuw is dat de AOW-toeslag ook voor mensen die deze toeslag al ontvangen wordt afgeschaft bij een gezamenlijk inkomen van € 50.000 of meer. Om deze maatregel te verzachten is sprake van een overgangsperiode. Hierover zijn geen verdere bijzonderheden vermeld.

In de Wet waardeoverdracht klein pensioen is bepaald dat pensioenuitvoerders vanaf 2019 een klein pensioen van een werknemer automatisch mogen overdragen aan een nieuwe pensioenuitvoerder als een werknemer een overstap maakt. Een pensioen geldt in 2018 als klein als het niet boven het bedrag € 474,11 uitkomt. In het Besluit waardeoverdracht klein pensioen zijn diverse regels voor de waardeoverdracht bepaald. Zo zijn er voorschriften opgenomen voor het proces van automatische waardeoverdracht en de communicatie richting pensioendeelnemers.

Pensioenuitvoerders communiceren over waardeoverdracht

Werknemers van wie de deelname bij een pensioenregeling eindigt (bijvoorbeeld omdat ze ontslag nemen), krijgen van de pensioenuitvoerder de zogeheten stopbrief. Hierin leest de werknemer hoe hoog zijn opgebouwde pensioenaanspraak is. In de stopbrief verwerken de pensioenuitvoerders zo nodig informatie over hun beleid voor de automatische waardeoverdracht van kleine pensioenen of het vervallen van heel kleine pensioenen. Neemt de werknemer na zijn ontslag deel aan een nieuwe pensioenregeling, dan communiceert de nieuwe pensioenuitvoerder in laag 2 van de pensioen 1-2-3 over het beleid voor automatische waardeoverdracht en de mini-pensioenaanspraken.

Minimaal jaarlijks controle voor eventuele waardeoverdracht

Voor een eventuele automatische waardeoverdracht hoeft de werknemer zelf geen actie te ondernemen. De pensioenuitvoerder controleert in ieder geval jaarlijks of de (ex-)werknemer een nieuwe pensioenuitvoerder heeft aan wie het klein pensioen kan worden overgedragen. Is dit het geval, dan vindt de overdracht van de pensioenaanspraken binnen tien werkdagen plaats. Als er na vijf controles nog geen nieuwe uitvoerder blijkt te zijn en is er vijf jaar verstreken na de beëindiging van de pensioendeelneming, bestaat toch het recht op afkoop. De pensioenuitvoerder kan het opgebouwde pensioen dan vóór het bereiken van de pensioendatum uitbetalen. Op mijnpensioenoverzicht.nl ziet de werknemer waar hij pensioen opbouwt en heeft opgebouwd.

Scroll naar top