AOW

Dolf Wietzema Menkhorst

Bijgewerkt op: april 12, 2019
< Terug

De Algemene Ouderdomswet (AOW) regelt in Nederland het verplichte, collectieve ouderdomspensioen dat als algemene basis dient voor Nederlandse ouderdomspensioenen.

De AOW is een van de zogenoemde volksverzekeringen.

De Belastingdienst int de premies volksverzekeringen tegelijk met de inkomstenbelasting bij de verzekerden jonger dan de AOW-leeftijd (2019: 66 jaar en 4 maanden). De Sociale Verzekeringsbank (SVB) keert de AOW uit aan de verzekerden vanaf het bereiken van de AOW-leeftijd. De AOW-premieplicht eindigt op de eerste dag van de betreffende maand.

Minister Koolmees van Sociale Zaken beantwoordt Kamervragen over de koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting. 

Tot 2021 stijgt de AOW-leeftijd geleidelijk, in totaal met 2 jaar. Deze verhoging naar 67 is volgens de minister nodig om een inhaalslag te maken. Na 2021 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Op deze manier blijft de AOW ook voor toekomstige generaties solide en betaalbaar. Voor de koppeling aan de levensverwachting wordt gebruikgemaakt van de onafhankelijke ramingen van het CBS.  

Uiteindelijk is het de bedoeling dat het aantal jaren dat mensen recht hebben op AOW voor iedereen rond de 18,5 jaar uitkomt. In de wet is dit met de koppeling tussen de resterende levensverwachting en de verhoging van de AOW-leeftijd vastgelegd via een formule die vanaf 2021 van toepassing is. Tot 2021 is nog sprake van een achterstand die wordt ingehaald. 

Voor de jaren 2022 en 2023 is de AOW-leeftijd op basis van eerdere prognoses van de resterende levensverwachting vastgelegd op 67 jaar en 3 maanden.  

Om te voorkomen dat de AOW-leeftijd bij elke wijziging van de resterende levensverwachting zou kunnen wijzigen, is in de wet opgenomen dat de AOW-leeftijd pas stijgt als sprake is van een stijging van de levensverwachting van meer dan 3 maanden. Bij een kleinere stijging of daling blijft de AOW-leeftijd gelijk. (Prognose levensverwachting)

Als de levensverwachting niet meer stijgt, wordt de AOW-leeftijd niet verhoogd. Dit is in de wet vastgelegd.  

De gemiddelde uittreedleeftijd ligt nu op 64 jaar en 10 maanden. Het overgrote deel van de werknemers kan volgens UWV in goede gezondheid tot de AOW-leeftijd doorwerken.  

Scholingsregeling 

Het is de primaire verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers dat werknemers langer inzetbaar blijven en de AOW-leeftijd gezond halen. Het kabinet wil een leven lang ontwikkelen stimuleren door onder meer de invoering van een scholingsregeling.  

Afspraken 

Werknemers en werkgevers moeten ambitieus werk maken van leeftijdsbewust personeelsbeleid. . Het kabinet verwacht dat sociale partners hier afspraken over maken. Het kabinet zal op zijn beurt vervolgens zorgen voor de noodzakelijke randvoorwaarden.  

IOW 

Naast het reguliere vangnet heeft het kabinet besloten om de IOW (inkomensvoorziening oudere werklozen) te verlengen met vier jaar, voor oudere werknemers die ondanks de inspanningen van sociale partners toch werkloos of arbeidsongeschikt worden.