Actueel

In 2017 komt er voor DGA’s een eind aan de mogelijkheid om nieuw pensioen in eigen beheer op te bouwen binnen de eigen B.V. Nieuwe pensioenopbouw kan vanaf dat moment voor de DGA niet meer als pensioen in eigen beheer.

Voor het bestaande pensioen in eigen beheer moet tussen 2017 en 2019 gekozen worden tussen één van de drie opties:

  1. Permievrij laten doorlopen.
  2. Afkopen met belastingkorting in 2017, 2018 of 2019.
  3. Omzetten naar een oudedagsverplichting (voorheen de ‘spaarvariant’ genoemd).

Pensioen eigen beheer

Voor pensioen in eigen beheer moeten BV ’s deze verplichting op twee manieren waarderen: een fiscale waardering en een waardering volgens marktwaarde (de commerciële waarde). Wanneer een BV dividend wil uitkeren, moet zij volgens de belastingdienst uitgaan van de (hogere) marktwaarde en niet van de fiscale waardering. Dit geldt ook bij echtscheiding en herverzekering van de aanspraken. Voor de fiscale balans, die de basis vormt voor de aangifte vennootschapsbelasting, moet worden uitgegaan van de fiscale waardering. Dit verschil in waardering van de pensioenverplichting levert onder meer knelpunten op wanneer een BV dividend wil uitkeren of wanneer de directeur-grootaandeelhouder gaat scheiden.

Afschaffen PEB

De ministerraad besloot op voorstel van Wiebes tot een oplossing voor de pensioenklem waarmee directeuren-grootaandeelhouder (DGA’s) te maken hebben. Veel DGA’s die in eigen beheer pensioen opbouwen, hebben als gevolg hiervan geld vastzitten in het eigen bedrijf, het zogenoemde ‘beklemd vermogen’. Er komt daarom een wetsvoorstel om de pensioenregeling met een voor DGA’s aantrekkelijke regeling af te laten kopen.

Wiebes dient met Prinsjesdag 2016 het wetsvoorstel in om het PEB uit te faseren. De wet moet 1 januari 2017 ingaan. De termijn waarbinnen een DGA zijn PEB fiscaal geruisloos kan afkopen, bedraagt drie jaar. Om te stimuleren dat het uitfaseren van PEB zo snel mogelijk gebeurt, stelt Wiebes een staffel voor. In 2017 geldt een korting van 34,5% op de grondslag, in 2018 een korting van 25% en in 2019 een korting van 19,5%. De korting gaat over de balanswaarden van ultimo 2015 zodat anticipatie-effecten worden voorkomen.

Voordelen voor de DGA

Alle DGA’s die gebruik maken van deze mogelijkheid tot beëindiging van het PEB worden bevrijd van de dividendklem. Zij kunnen zonder belastingheffing hun pensioen eerst afstempelen zodat de commerciële waarde gelijk is aan de fiscale waarde. DGA’s die gebruik maken van de mogelijkheid tot beëindiging van het PEB hoeven geen loonbelasting te betalen over het verschil tussen de commerciële waarde van het PEB en de fiscale waarde. Ook hoeven zij daarover geen revisierente te betalen.

Na afstempeling kan de DGA kiezen tussen afkoop of overstappen naar een spaarvariant. Voor degenen die kiezen voor afkoop in respectievelijk 2017, 2018 of 2019 geldt een kortingspercentage van 34,5; 25 en 19,5 op de balanswaarde. Aan DGA ’s die vanwege de benodigde liquiditeiten niet kunnen afkopen biedt Wiebes de mogelijkheid het PEB om te zetten in een SBU (Spaarvariant bij Uitfasering). In dat geval worden de pensioenaanspraken ook eerst afgestempeld naar de fiscale waarde. Daarna wordt het PEB omgezet in een oudedagsspaarverplichting. De BV rent deze verplichting op tot de pensioendatum en wendt het saldo daarna aan voor aankoop van een lijfrente voor de DGA.

DGA’s kunnen er ook voor kiezen om het PEB te bevriezen. In dat geval geldt geen van de genoemde voordelen.

Wiebes benadrukt in zijn brief dat met het beëindigen van de PEB DGA’s niet worden gedwongen een oudedagsvoorziening te realiseren bij een externe verzekeraar. Het is mogelijk, maar niet noodzakelijk.